Nieuwsbrief Juli 2022

Voorbeeld van een roeping: Sint Charles de Foucauld

Wij stellen het leven voor van de onlangs heilig verklaarde heilige Charles de Foucauld, hoe zijn bekering een voorbeeld is van hoe God zielen kan beroeren door de gebeden en voorbeelden van goede mensen.

 

“Ik zou graag goed willen zijn, zodat gezegd kan worden: Als zo de dienaar is, hoe zal de Meester dan zijn?”

GEBOORTE, KINDERJAREN EN JEUGD

De heilige Charles de Foucauld werd op 15 september 1858 te Straatsburg (Frankrijk) geboren in een zeer christelijk gezin. Twee dagen na zijn geboorte werd hij gedoopt en op 28 april 1872 ontving hij zijn Eerste H. Communie en Vormsel. Hij verloor zijn ouders toen hij slechts 6 jaar oud was. Charles en zijn zus Mary werden toevertrouwd aan hun grootvader van moeders kant. Op 12-jarige leeftijd, na de annexatie van de Elzas bij Duitsland, verhuisde het gezin naar Nancy.

HOGER ONDERWIJS, MILITAIRE CARRIÈRE EN HET AFKEREN VAN HET GELOOF

Zeer intelligent, met een nieuwsgierige geest, cultiveerde hij van jongs af aan een passie voor het lezen. Hij liet zich overmeesteren door de religieuze scepsis en het positivisme die zijn tijd kenmerkten. Spoedig verloor hij, naar eigen zeggen, zijn geloof en stortte hij zich in een werelds leven van genot en wanorde dat hem onbevredigd achterliet.

 

In 1876 ging Charles voor twee jaar naar Saint-Cyr. Als officier op 20-jarige leeftijd, werd hij naar Algerije gestuurd. Drie jaar later, toen hij niet vond wat hij zocht, nam hij ontslag om met gevaar voor eigen leven een ontdekkingsreis te ondernemen in Marokko, dat toen gesloten was voor Europeanen; een wetenschappelijke ontdekkingsreis, die hij beschreef in zijn boek Reconnaissance au Maroc, 1883-1884, en die hem de roem opleverde die voorbehouden was aan ontdekkingsreizigers uit de 19e eeuw.

BEKERING

De ontdekking van het moslimgeloof, de innerlijke zoektocht naar de waarheid, de vriendelijkheid en de discrete vriendschap van zijn neef en de hulp van Abbé Huvelin brachten hem ertoe het christelijk geloof te herontdekken. Eind oktober 1886 ging hij naar Abbé Huvelin in de kerk van Saint Augustin in Parijs: hij ging biechten en ontving de Communie. Deze bekering, ongetwijfeld latent gedurende enige tijd, werd totaal en definitief.

 

Geheel vernieuwd door deze bekering, gevoed door de Eucharistie en de Heilige Schrift, begreep Charles de Foucauld toen dat “hij niets anders kon doen dan leven voor God”, aan wie hij zijn hele leven wilde wijden en zich zo “verheffen in het zuivere verlies van zichzelf voor God”. Drie jaar lang probeerde hij met de hulp van Abbé Huvelin te begrijpen hoe hij zijn roeping van volledige toewijding aan God concreet kon verwezenlijken. Hij, die rijkdom en het welgestelde leven had gekend en bezeten was geweest van een grote wil tot macht, wilde de arme Jezus navolgen die “de laatste plaats” innam.

DE ZOEKTOCHT NAAR HEILIGHEID IN HET MYSTERIE VAN NAZARETH

Na een pelgrimstocht naar het Heilig Land (1888-1889), waar hij “door de straten van Nazareth liep waar de voeten van Jezus, de arme ambachtsman, rustten”, ontdekte hij het mysterie van Nazareth, dat voortaan de kern van zijn spiritualiteit zou vormen, Hij trad in in het Trappistenklooster van Onze Lieve Vrouw van de Sneeuw in het Bisdom Viviers in Frankrijk, en na enkele maanden werd hij naar Syrië gestuurd, naar het Trappistenklooster van Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart, een arm klooster in de buurt van Akbès.

 

Hij bleef er 7 jaar, liet zich vormen in de kloosterschool en zocht naar de meest volmaakte navolging van Jezus die in Nazareth leefde. Maar omdat hij er niet het radicalisme vond waar hij naar verlangde, ook al “vereerde iedereen hem als een heilige”, vroeg hij het trappistenklooster te verlaten. In januari 1897 ontsloeg Vader Abt Generaal hem van zijn tijdelijke trappistenverplichtingen en liet hem vrij om zijn persoonlijke roeping te volgen.

 

Charles vertrok naar het Heilig Land en ging in Nazareth wonen als dienaar van de Clarissen (1897-1900). In dienstbaarheid, in nederig werk, in meditatie over het Evangelie aan de voet van het Tabernakel, trachtte hij “het nederige en duistere bestaan van de goddelijke werker van Nazareth” te leven, als de kleine broer van Jezus in het heilige huis van Nazareth tussen Maria en Jozef. Mediterende over het mysterie van de Visitatie, ontdekt hij die “de roeping tot een verborgen en stil leven en niet die van een man van woorden” had ontvangen, dat ook hij kan deelnemen aan het verlossingswerk door “de Heilige Maagd na te volgen in het mysterie van de Visitatie, die Jezus in haar schoor droeg en de evangelische deugden in praktijk bracht […] zoals zij, in stilte, onder de ongelovige volkeren, om deze ellendige kinderen van God te heiligen door de aanwezigheid van de Heilige Eucharistie en het voorbeeld van de christelijke deugden”.

PRIESTERWIJDING EN VERBLIJF IN ALGERIJE

Getroost door de zekerheid dat “niets God hier beneden zo verheerlijkt als de aanwezigheid en de offer van de Eucharistie”, werd hij op 9 juni 1901 in Viviers tot priester gewijd, na een voorbereidingsjaar in het klooster van Notre-Dame des Neiges dat hem aan het begin van zijn gewijde leven had verwelkomd.

 

“Mijn retraites voor het diaconaat en het priesterschap toonden mij dat dit leven van Nazareth, dat mij mijn roeping leek, niet geleefd moest worden in het Heilige Land, dat mij zo dierbaar was, maar onder de ziekste zielen, de meest verlaten schapen.

 

Zo begaf Charles de Foucauld zich in 1901 naar de Marokkaanse grens, naar Algerije, en stelde zich ten dienste van de apostolisch prefect van de Sahara, bisschop Guérin, die in de oase van Beni-Abbès woonde (1901-1904). Daar probeerde hij Christus te brengen aan allen die hij ontmoette “niet door woorden, maar door de aanwezigheid van het Heilig Sacrament, het aanbieden van het Goddelijk Offer, gebed, boete, het beoefenen van de evangelische deugden, naastenliefde, een broederlijke en universele naastenliefde, het delen tot de laatste hap brood met iedere arme, met iedere gast, met iedere vreemdeling die bij hem kwam, en ieder mens te verwelkomen als een dierbare broeder”.

 

Hij bouwde een kluizenaarshut en gaf zichzelf gedetailleerde regels, als een monnik. Maar zijn verlangen om allen te verwelkomen die aan zijn deur klopten, veranderde de kluizenarij spoedig in een bijenkorf van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Hij schrijft: “Ik wil dat alle inwoners, christenen, moslims, joden, eraan wennen mij te zien als hun broeder, de universele broeder. Ze beginnen het huis ‘de broederschap’ te noemen en dat vind ik erg leuk”.

MISSIONARIS VAN EEN MINNAAR VAN GOD IN TAMANRASSET, ONDER DE TUAREGS

Door de sluiting van de grenzen met Marokko, en terwijl hij een uitnodiging ontving voor de Hoggar – kon geen enkele priester daar worden toegelaten, wegens het antiklerikale beleid van de Franse regering – begaf hij zich naar de Toearegs. In 1905 ging Charles dus in het hart van de Sahara wonen, in Tamanrasset. Arm onder de armen uit trouw aan zijn roeping om het verborgen leven na te volgen van Jezus in Nazareth, die zich klein had gemaakt om God een menselijk gelaat te geven, maakte Karel zich klein onder de armen om het gelaat te openbaren van een God die Liefde is: “Elkaar liefhebben, zoals Jezus ons heeft liefgehad, is het heil van alle zielen tot ons levenswerk maken, door in geval van nood ons bloed voor hem te geven, zoals Jezus deed”.

 

De liefde bracht hem ertoe op 1 december 1916 zijn leven te geven, gedood door aanvallers, in een extreme plundering.

DE ARME JEZUS NAVOLGEN TOT IN DE DOOD

In de dood heeft hij zijn roeping volmaakt vervuld: “Zwijgend, heimelijk zoals Jezus in Nazareth, duister, zoals Hij, onbekend op aarde voorbijgaand als een reiziger in de nacht […] armoedig, moeizaam, ongewapend en stom voor het onrecht zoals Hij, mij achterlatend als het goddelijke Lam om geschoren en zonder verzet of spraak te worden opgeofferd, in alles in navolging van Jezus in Nazareth en Jezus aan het Kruis “.

 

Zo werd een van de meest hardnekkige verlangens vervuld: Jezus navolgen in zijn pijnlijke en gewelddadige dood, hem het teken geven van de grootste liefde en zo de vereniging voltooien, de versmelting van degene die liefheeft in degene die bemind wordt.

Gebed voor roepingen

“Heer Jezus, U hebt geroepen wie U wilde,

roep velen van ons om voor u te werken, om met u te werken.

 

U die met uw woord hen verlicht die u hebt geroepen,

verlicht ons met de gave van geloof in U.

 

U die hen heeft gesteund in hun moeilijkheden,

om ons te helpen de moeilijkheden van de jongeren van vandaag te overwinnen.

 

En als u sommigen van ons roept

om alles aan u te wijden,

moge uw liefde deze roeping vanaf het begin aanmoedigen

en het laten groeien en om het door te zetten tot het einde. Moge het zo zijn”.

 

Johannes Paulus II, 6 januari 1979

Reacties zijn gesloten.