Ga naar de inhoud

NOVEEN TOT HET GODDELIJK KINDJE JEZUS

O God, die ons uit liefde voor ons uw enige Zoon heeft gezonden als onze Redder en Verlosser,

wij vragen dat U door de voorspraak van de verdiensten van zijn kindschap ons geloof mag vermeerderen en dat onze goede werken overvloedig mogen zijn;

en in het bijzonder smeken wij U om de genade van de vermeerdering, volharding en heiligheid van religieuze roepingen,

tot uw grotere glorie en het heil van de zielen.

Door Christus onze Heer.

Amen.

JOHANNES PAULUS II: HET GEBED IS ONZE KRACHT

Uit de boodschap van de Heilige Paus Johannes Paulus II voor de XXIVe Wereldgebedsdag voor Roepingen (1987)

Geconfronteerd met het verschijnsel van het geringe aantal mensen dat zich toewijdt aan het priesterschap en het religieuze leven, kunnen wij niet passief blijven, zonder iets te doen wat in onze macht ligt. We kunnen vooral veel doen door te bidden. De Heer zelf beveelt ons aan: “Bid de Heer van de oogst om arbeiders uit te zenden in zijn oogst” (vgl. Mt 9, 38; Lc 10, 2).

Het gebed voor roepingen tot het priesterschap en het godgewijde leven is een plicht voor iedereen en een plicht voor altijd. De toekomst van de roepingen ligt in Gods handen, maar in zekere zin ook in onze eigen handen. Het gebed is onze kracht: daarmee zullen roepingen niet ontbreken, noch zal de goddelijke stem ophouden gehoord te worden. Laten we tot de Meester bidden dat niemand zich vreemd of onverschillig voelt voor deze stem, maar integendeel zichzelf ondervraagt en zijn eigen vermogen meet, of liever, zijn eigen reserves van edelmoedigheid en verantwoordelijkheid herontdekt. Laat niemand zich aan deze plicht onttrekken.