Nieuwsbrief december 2021

“VRAAG DE HEER VAN DE OOGST ARBEIDERS TE STUREN OM TE OOGSTEN!”


“Vraag de heer van de oogst arbeiders te sturen om te oogsten!”. Dat betekent: de oogst is er,
maar God wil zich bedienen van mensen om hem naar de graanschuur te brengen. God heeft
mensen nodig. Hij heeft mensen nodig die zeggen: ja, ik ben bereid te helpen zodat deze oogst
die in het hart van de mensen rijpt, werkelijk naar de graanschuren van de eeuwigheid kan
gedragen worden en goddelijke eeuwige gemeenschap van vreugde en liefde worden.
“Vraag de heer van de oogst!”. Dat wil ook zeggen: we kunnen niet zomaar roepingen
“voortbrengen”, zij moeten van God komen. We kunnen niet, zoals dat misschien het geval is
voor andere beroepen, met een doelgerichte campagne, om zo te zeggen met een aangepast
beleid, zomaar mensen aanwerven. De roeping die uitgaat van Gods hart, moet steeds de weg
naar het hart van de mens vinden. En toch: juist opdat ze het hart van de mens zou bereiken, is
onze medewerking eveneens nodig.
Het vragen aan de heer van de oogst betekent zeker voor alles ervoor bidden, met ons hart
zeggen: “Doe het, alstublieft! Maak de mensen wakker! Ontsteek in hen het enthousiasme en de
vreugde voor het Evangelie! Doe hen begrijpen dat het de kostbaarste aller schatten is en dat
degene die hem ontdekt heeft, hem moet doorgeven!”
Wij bewegen Gods hart. Doch God iets vragen, gebeurt niet alleen door te bidden; het impliceert
ook dat het woord omgezet wordt in daden, opdat uit ons biddend hart ook de vonk ontspringt
van de vreugde in God, de vreugde om het Evangelie, en dat het gebed in andere harten de
bereidheid opwekt hun “ja” uit te spreken. Als mensen van gebed, vervuld van zijn liefde,
bereiken wij de anderen en door hen te laten delen in ons gebed, laten wij hen binnengaan in de
uitstraling van Gods aanwezigheid die vervolgens zal optreden. In die zin, willen wij de heer van
de oogst steeds opnieuw vragen, willen we zijn hart bewegen en met God in ons gebed ook het
hart van de mensen raken opdat Hij er volgens zijn wil, het “ja” van de beschikbaarheid zou
laten rijpen; de volharding om in de verwarring van de tijd, in de hitte van de dag maar ook in het
duister van de nacht, trouw in de dienstbaarheid te volharden, en precies daaruit voortdurend het
besef te halen dat die inspanning – al is ze zwaar – mooi is, nuttig, want ze leidt naar het
wezenlijke, namelijk bekomen dat de mensen ontvangen wat ze verwachten: Gods licht en Gods
liefde.
Benedictus XVI: ontmoeting met de priesters en diakens.
Freising 14 september 2006

Gebed om roepingen

Heer Jezus, Gij hebt gezegd :
“De oogst is groot maar arbeiders zijn er weinig.
Vraagt daarom de Heer van de oogst arbeiders te sturen om te oogsten” (Lc. 10,2).

Wij vragen U, geef waardige priesters, broeders en zusters aan uw heilige Kerk.

Geef dat allen die Gij van eeuwigheid tot uw dienst hebt uitgekozen
uw roepstem mogen volgen.

Moge het godgewijd leven volgens de waarheid van het evangelie
en de leer van de Kerk verkondigd worden,
opdat onze christelijke gezinnen haarden worden
waar de geestelijke roepingen kunnen ontkiemen.

Wij vragen het U op voorspraak van Maria, Uw Moeder,
voorbeeld voor allen die U van meer nabij willen volgen.

Amen.

Reacties zijn gesloten.