NIEUWSBRIEF – APRIL 2022

Brief van H. Johannes Paulus II

 Lieve moeders, ter gelegenheid van deze Witte Donderdag, waarop wij de Instelling van de Eucharistie en de Orde van de Priesters gedenken, deel ik u een gedeelte mee uit de brief van H. Paus Johannes Paulus II aan de priesters uit 1994.

“Op deze Witte Donderdag, waar wij ons verzamelen rond de Eucharistie, die de grootste schat van de Kerk is, zoals het Tweede Vaticaans Concilie ons in herinnering brengt (Sacrosanctum Concilium, 10). Wanneer de liturgie van Witte Donderdag herinnert aan de instelling van de Eucharistie, is het zeer duidelijk wat Christus ons heeft nagelaten in dit sublieme Sacrament. “De Zijnen, die in de wereld waren, heeft Hij liefgehad tot het einde toe” (Joh 13,1). Deze uitdrukking van Johannes bevat, in zekere zin, de hele waarheid over de Eucharistie: een waarheid die tegelijkertijd de kern van de waarheid over de Kerk vormt. Het is inderdaad alsof de Kerk dagelijks wordt geboren uit de eucharistie die op zoveel plaatsen op aarde wordt gevierd, in zulke uiteenlopende omstandigheden, onder zulke verschillende culturen, dat de vernieuwing van het eucharistisch mysterie bijna een dagelijkse “schepping” wordt. Dankzij de viering van de Eucharistie rijpt het evangelische geweten van het volk van God steeds meer, of het nu gaat om naties met een eeuwenoude christelijke traditie of om volkeren die pas onlangs de nieuwe dimensie zijn binnengetreden die, altijd en overal, aan de menselijke cultuur wordt gegeven door het mysterie van de Menswording van het Woord, zijn dood aan het kruis en zijn verrijzenis….

Voor priesters is het priesterschap de hoogste gave, een speciale roeping om deel te nemen aan het mysterie van Christus, dat ons de onuitsprekelijke mogelijkheid geeft om in zijn naam te spreken en te handelen. Telkens wanneer de Eucharistie wordt gevierd, wordt het een feit dat de priester handelt “in persona Christi” wanneer de priester op het moment van de consecratie de woorden uitspreekt: “Dit is mijn lichaam, dat voor u gegeven is…. Dit is de kelk van mijn bloed, het bloed van het nieuwe en eeuwige verbond, dat voor u en voor alle mensen wordt vergoten tot vergeving van de zonden. Doe dit tot mijn gedachtenis”. Dat doen ze ook: met grote nederigheid en diepe dankbaarheid. Deze verheven en tegelijk eenvoudige handeling van de dagelijkse zending van de priesters strekt zich, zou men kunnen zeggen, uit over de gehele mensheid tot aan de uiteinden der aarde.

De priester neemt deel aan het mysterie van het Woord, “de eerstgeborene van heel de schepping” (Kol 1,15), die in de Eucharistie aan de Vader al het geschapene teruggeeft, de wereld van het verleden en de wereld van de toekomst en vooral de hedendaagse wereld, waarin Hij naast ons allen leeft, aanwezig is door de bemiddeling van de priester en juist door de bemiddeling van de priester het verlossingsoffer aan de Vader aanbiedt. De priester neemt deel aan het mysterie van Christus, “de eerstgeborene uit de doden” (Kol 1,18), die in zijn Pascha de wereld onophoudelijk omvormt en haar doet vorderen naar “de openbaring van de zonen van God” (Rom 8,19).

Zo wordt de gehele werkelijkheid in al haar aspecten aanwezig gesteld in de eucharistische dienst, die tegelijkertijd openstaat voor elke concrete persoonlijke behoefte, voor elk lijden, elke hoop, elke vreugde of elk verdriet, al naar gelang de intenties die de gelovigen voor de H. Mis opdragen. Priesters ontvangen al deze intenties in een geest van naastenliefde en brengen zo elk menselijk probleem in de dimensie van de universele verlossing.

Het mysterie van het priesterschap vormt een nieuw leven in iedere priester. De Eucharistie evangeliseert de menselijke omgeving en consolideert deze in de hoop dat de woorden van Christus niet voorbijgaan (vgl. Lc 21,33). Zijn woorden, die geworteld zijn in het kruisoffer, gaan niet voorbij: van de bestendigheid van deze waarheid en van de goddelijke liefde zijn de priesters bijzondere getuigen en bevoorrechte dienaren.

Dit alles wordt bevestigd in de overtuiging dat de bediening van het Evangelie vruchtbaar wordt gemaakt door de Eucharistie. Bovendien zei Christus tijdens het Laatste Avondmaal tot de apostelen: “Ik noem u niet langer dienaren…; Ik heb u vrienden genoemd…. Gij hebt Mij niet uitgekozen, maar Ik heb u uitgekozen en u aangesteld opdat gij zoudt heengaan en vrucht zoudt dragen en dat uw vrucht zou blijven” (Joh 15,15-16).

Laat ons bidden dat elk van onze Priesters de sublimiteit van de gave die het Priesterschap van Christus vormt, nog dieper mag beleven.

Reacties zijn gesloten.