HEILIGE JOHN PAUL II: “DE KERK HEEFT EEN IMMENSE BEHOEFTE AAN PRIESTERS”.

Boodschap van Paus Johhanes Paulus II voor de 23E Wereldgebedsdag  voor Roepingen (1986)

 

Over het thema roepingen heeft het Tweede Vaticaans Concilie ons een zeer rijk leerstellig, geestelijk en pastoraal patrimonium aangeboden. In overeenstemming met haar diepgaande visie op de Kerk bevestigt zij plechtig dat de plicht om roepingen te bevorderen “de gehele christelijke gemeenschap aangaat” (Optatam totius, 2). Twintig jaar later voelt de Kerk zich geroepen haar trouw aan deze grote moedergedachte van het Concilie te verifiëren met het oog op een nieuwe verbintenis.

Er is veel gedaan, maar er moet nog veel gebeuren.

Daarom wil ik de aandacht van het Volk van God vooral richten op de specifieke taken van de parochiegemeenschappen, waarvan het Concilie, samen met de bijdrage van het gezin, de “maximale bijdrage” aan de groei van de roepingen verwacht.

Onze gedachten gaan onmiddellijk uit naar de vele parochiegemeenschappen die de bisschoppen zonder pastoor moeten achterlaten, zodat de verzuchting van de Heer steeds weer actueel wordt: “De oogst is overvloedig, maar de arbeiders zijn weinig” (Mt 9,37).

De Kerk heeft een enorme behoefte aan priesters. Dit is een van de ernstigste noodsituaties die de christelijke gemeenschappen uitdagen. Jezus wil geen Kerk zonder priesters. Als priesters ontbreken, ontbreekt Jezus in de wereld, ontbreekt zijn Eucharistie, ontbreekt zijn vergeving. Voor haar eigen zending heeft de Kerk ook een immense behoefte aan een overvloed aan andere gewijde roepingen.

Het christelijke volk kan de afname van het aantal roepingen niet passief en onverschillig aanvaarden. Roepingen zijn de toekomst van de Kerk. Een gemeenschap die arm is aan roepingen verarmt de hele Kerk; een gemeenschap die rijk is aan roepingen is daarentegen een rijkdom voor de hele Kerk.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *